
Half Brabant mag deze zomer geen water meer uit de sloot halen, in Gelderland kijken ze mee, en ondertussen kleurt jouw gazon van groen naar stro. Dan komt vanzelf de vraag: mag ik mijn tuin eigenlijk nog wel water geven?
Het antwoord is waarschijnlijk gewoon ja. En dat verrast bijna iedereen die het vraagt.
In het kort
Een sproeiverbod van het waterschap gaat over water uit sloten, beken en de bodem. Kraanwater valt er meestal buiten, dus je tuinslang mag aan. Drinkwaterbedrijven vragen wel dringend om zuinig te zijn, want het verbruik piekt. Geef daarom minder vaak maar wel flink, het liefst vroeg in de ochtend, en dek de grond af met houtsnippers. Planten als lavendel, rozemarijn, olijf en vetplanten redden zich daarna prima zonder jou.
Waar wil je heen?
Mag ik nog sproeien? Slim water geven Vier hardnekkige verhalen Planten die droogte aankunnen Mijn gazon is bruin Potten en balkon Ik ga op vakantie Alleen kamerplantenWat een sproeiverbod precies verbiedt
Officieel heet het een onttrekkingsverbod, en die naam legt meteen uit waar het over gaat: je mag geen water onttrekken aan de natuur. Concreet betekent dat geen water oppompen uit beken, sloten en greppels, en in strengere gevallen ook niet uit de bodem met een eigen put of bron.
Waterschap De Dommel is er duidelijk over. Het verbod geldt voor "vaste sproei-installaties, maar ook voor mobiele installaties zoals zuigwagens, giertonnen en pompen". Sinds 16 juli 2026 geldt dat voor het hele Dommelgebied. Bij Aa en Maas loopt er een verbod sinds 9 juli, dat op 23 juli werd uitgebreid.
Maar hier zit het punt dat bijna niemand opschrijft: kraanwater valt er niet onder. Wie zijn tuinslang op de gewone waterleiding aansluit, heeft met een onttrekkingsverbod niets te maken. Datzelfde geldt voor je gieter aan de buitenkraan.
| Waar haal je het water vandaan | Tijdens een onttrekkingsverbod |
|---|---|
| Tuinslang op de waterleiding | Mag |
| Gieter vullen bij de buitenkraan | Mag |
| Regenton leeghalen | Mag |
| Water oppompen uit een sloot of beek | Mag niet |
| Water uit je eigen vijver, als die losstaat van sloten en beken | Mag |
| Vaste sproei-installatie op oppervlaktewater | Mag niet |
| Eigen bron of grondwaterpomp | Vaak niet, dit verschilt per gebied |
Dat betekent niet dat het overal en altijd hetzelfde is. Waterschappen bepalen dit zelf, per gebied, en de regels veranderen in de loop van een droog seizoen. Woon je in een gebied met een verbod en gebruik je een eigen bron of pomp, kijk dan even op de site van jouw waterschap wat er precies geldt. De situatie hierboven is die van 29 juli 2026; in een droog seizoen kan dat binnen een week veranderen.
En zonder verbod, mag het dan wel?
Niet automatisch, en dat verrast veel mensen. Water uit een sloot of beek halen is ook buiten een droge periode geregeld, en hoe streng verschilt sterk per waterschap. Waterschap Rijn en IJssel is het duidelijkst: "Voor het oppompen van water uit beken, sloten en riviertjes heb je altijd een vergunning nodig." Andere waterschappen laten kleine hoeveelheden vrij, soms met een melding vooraf.
Een emmer water scheppen voor je moestuin gaat niemand beboeten. Maar een pomp aanleggen om je tuin structureel te besproeien is wel degelijk iets waarvoor je moet kijken wat er in jouw gebied geldt, ook als het net geregend heeft.
Eén uitzondering is er wel, en die is prettig: heb je een eigen vijver die losstaat van het slotenstelsel, dan valt die er meestal buiten. De Dommel schrijft het met zoveel woorden: "Uit vijvers en andere (geïsoleerde) oppervlaktewateren, die dus géén deel uitmaken van het wateraanvoergebied, mag wel water worden onttrokken."
Waarom je toch minder wilt sproeien
Mag is niet hetzelfde als verstandig. Terwijl de waterschappen de sloten beschermen, hebben de drinkwaterbedrijven een ander probleem: de kraan zelf.
Vitens, dat levert in Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Flevoland, zag het verbruik in 2026 oplopen tot 1,36 miljard liter op één dag. Gemiddeld is dat 1,02 miljard, dus dat is ruim een derde meer. Drinkwater wordt opgeslagen in kelders, en als het verbruik dagenlang hoog blijft raken die sneller leeg dan ze bijgevuld worden. Vandaar de oproep om zuinig te doen, en het advies om de tuin liever helemaal niet te besproeien.
Doe je het wel, dan is het advies: hooguit één keer per week, en dan voor zeven uur 's ochtends of na elf uur 's avonds.

Water geven dat wél werkt
De meeste mensen geven te vaak te weinig. Dat kost water en het maakt je tuin ook nog eens kwetsbaarder. Vier dingen maken het verschil.
Liever één keer diep dan vijf keer een beetje
Een scheutje water bevochtigt alleen de bovenste centimeters. De plant merkt dat, en maakt daar zijn wortels. Die zitten dan precies in de laag die als eerste opdroogt. Geef je in plaats daarvan één keer per week flink water, dan zakt het dieper weg en gaan de wortels het achterna. Een plant met diepe wortels komt een droge week door zonder jou.
Reken op ongeveer tien tot vijftien liter per vierkante meter als je het goed wilt doen. Dat voelt als veel. Dat is het ook, en juist daarom werkt het.
Vroeg in de ochtend, niet tussen de middag
Water dat je om drie uur 's middags geeft, verdampt voor een groot deel voordat het bij de wortels is. 's Ochtends vroeg is de grond het koelst en heeft de plant de hele dag om het op te nemen. 's Avonds laat kan ook, al blijft het blad dan langer nat, en dat vinden schimmels prettig.
Bij de wortel, niet over het blad
Een sproeier over de border is de minst efficiënte manier die er is. Je maakt vooral blad nat, en dat blad drinkt niet. Richt de straal of de gieter op de grond rond de voet van de plant. Bij potten geldt hetzelfde: gieten tot het onderaan uit de pot loopt, en dan pas ophouden.
Dek de grond af
Dit is de goedkoopste truc uit het rijtje en hij wordt het minst gebruikt. Een laag van vijf tot zeven centimeter houtsnippers, boomschors of zelfs gewoon grasmaaisel over de kale grond houdt het vocht eronder vast. Kale grond in de volle zon droogt vele malen sneller uit dan bedekte grond. Bijkomend voordeel: er komt ook minder onkruid doorheen.
Vier verhalen over water geven die niet kloppen
"Water geven in de zon verbrandt het blad"
Dit is het hardnekkigste verhaal van allemaal, en het klopt bijna nooit. Onderzoekers van de Eötvös-universiteit in Boedapest hebben het doorgerekend en in het lab nagemeten. Op glad blad, zoals dat van een esdoorn of een ginkgo, kan een waterdruppel geen brandpunt vormen: het licht komt pas samen ruim voorbij het blad, dus daar valt niets te verbranden.
Eén uitzondering is er wel, en die is waarschijnlijk de reden dat het verhaal blijft rondgaan. Op behaard blad houden de haartjes de druppel als een bolletje boven het oppervlak, en dán werkt hij wel degelijk als een vergrootglas. Bij de meeste tuin- en kamerplanten speelt dat niet.
De echte reden om niet tussen de middag te gieten is dus niet verbranding maar verdamping. Je verliest simpelweg een groot deel van je water aan de lucht voordat het bij de wortels is.
"Elke dag een beetje is beter dan één keer flink"
Precies andersom, en dit is de fout die het vaakst gemaakt wordt. Dagelijks een scheutje houdt alleen de bovenste laag vochtig, en daar maakt de plant dan zijn wortels. Die laag droogt als eerste op, dus je maakt je plant afhankelijk van jou in plaats van weerbaar.
"Bruine bladpunten betekenen dat de plant te weinig water krijgt"
Soms. Maar net zo vaak is het het omgekeerde. Een plant die te nat staat krijgt wortelrot, en die kan dan geen water meer opnemen, waardoor het blad er uitgedroogd uitziet terwijl de grond kletsnat is. Andere veelvoorkomende oorzaken zijn droge lucht, te veel voeding of kalk uit de kraan.
Voel daarom altijd eerst de grond voor je de gieter pakt. Steek je vinger er een paar centimeter in. Voelt het daar nog vochtig, dan is water geven niet het antwoord.
"In de hitte moet je extra bemesten"
Doe dat juist niet. Een plant die het zwaar heeft groeit nauwelijks, en voeding die niet wordt opgenomen blijft als zout in de grond achter. Dat maakt het opnemen van water alleen maar moeilijker. Wacht met bemesten tot het weer is omgeslagen en de plant weer aan de groei gaat.
Planten die droogte gewoon uitzitten
De beste oplossing voor een droge zomer bedenk je eigenlijk in het najaar, als je kiest wat je plant. Sommige soorten zijn opgegroeid op plekken waar het maandenlang niet regent, en die hebben daar alles op ingericht: smalle bladeren, een grijzig waslaagje, of een wortelstelsel dat meters diep gaat.
Buiten
De mediterrane hoek is hier de gemakkelijkste. Lavendel vraagt na het eerste jaar vrijwel niets meer en bloeit juist beter op arme, droge grond. Rozemarijn en olijf komen uit hetzelfde klimaat en gedragen zich net zo. Wil je iets bodembedekkends, dan is een sedummat een goede keuze: vetkruid slaat water op in zijn eigen blad en overleeft daken waar verder niets groeit.
Siergrassen zoals lampenpoetsersgras horen ook in dit rijtje, net als de vlinderstruik. Wel met een kanttekening die je nergens leest: die twee zijn pas droogtebestendig als ze goed geworteld zijn. Het eerste jaar na het planten hebben ze wel degelijk water nodig, en dat is precies waar het bij veel mensen misgaat.

Binnen
Binnen speelt droogte anders, maar het principe is hetzelfde. De ZZ-plant slaat water op in dikke ondergrondse knollen en kan weken zonder. De vrouwentong doet dat in zijn bladeren. Cactussen en aloë vera zijn er helemaal op gebouwd, en de Afrikaanse melkboom en de palmlelie horen in hetzelfde rijtje.
Bij deze soorten is te véél water het echte risico, niet te weinig. Ze gaan vaker dood in november door een goedbedoelde gieter dan in augustus door verwaarlozing. Zoek je planten die het ook op een donkere plek volhouden, dan helpt dit overzicht van kamerplanten voor weinig licht.

Je tuin is al bruin. Is dat erg?
Meestal niet, en het hangt af van wat er bruin is.
Een gazon dat geel of strokleurig wordt is bijna nooit dood. Gras schakelt bij droogte over op overleven: het blad sterft af, de wortels blijven. Twee weken na de eerste flinke regen staat het er weer. Sproeien om je gazon groen te houden is de duurste manier om water te gebruiken die er is.
Zorgelijker zijn jonge bomen en struiken, vooral die van dit of vorig jaar. Die hebben hun wortelstelsel nog niet af en kunnen wel echt doodgaan. Staan er nieuwe aanplant in je tuin, geef die dan voorrang boven al het andere. Eén emmer bij de voet, één keer per week, is meer waard dan een half uur sproeien over de hele tuin.
Bij vaste planten mag je gerust ingrijpen. Slap hangend blad wegknippen kost de plant niets en scheelt hem verdamping.
Potten drogen het snelst uit
Een plant in de volle grond kan wortelen tot waar het vocht zit. Een plant in een pot kan dat niet, en heeft daarnaast wanden die in de zon opwarmen. Op een hete dag is een terracotta pot op het zuiden binnen een dag kurkdroog.
Drie dingen helpen. Zet potten in de zomer in de halfschaduw, ook al vraagt de plant om zon. Kies grotere potten, want die drogen langzamer uit dan kleine. En zet ze bij elkaar in een groepje in plaats van verspreid: samen houden ze de lucht ertussen wat vochtiger.

Op een balkon telt ook de wind mee
Op hoogte staat bijna altijd meer wind dan in een tuin, en wind droogt sneller uit dan zon. Een plant op een vierde verdieping kan het daardoor zwaarder hebben dan dezelfde plant beneden in de volle zon.
Wat helpt: zet je potten tegen een muur of in een hoek in plaats van vrij aan de rand, gebruik zware potten die niet omvallen, en hang een rieten mat of doek tegen de balustrade als het echt open ligt. Dat scheelt meer dan een extra gietbeurt.
Twee weken weg? Zo staat het er bij thuiskomst nog
Augustus is de maand waarin de meeste planten sneuvelen, en zelden door de hitte zelf. Het gaat mis omdat er twee weken niemand is.
Buiten. Geef vlak voor vertrek één keer heel diep water, veel meer dan je normaal zou doen. Zet alles wat in een pot staat bij elkaar in de schaduw aan de noordkant, ook de planten die eigenlijk zon willen: twee weken halfschaduw overleven ze prima, twee weken uitdrogen niet. Leg een laag houtsnippers over de potgrond. En plant niets nieuws in de week voor je vertrekt, want juist verse aanplant heeft dagelijkse aandacht nodig.
Binnen. Haal je kamerplanten weg bij het zuidraam en zet ze midden in de kamer of bij een raam op het noorden. Zet ze in een groepje bij elkaar, want samen houden ze de lucht ertussen vochtiger. Een klassieke truc die echt werkt: leg een natte handdoek in de badkuip of op het aanrecht en zet de potten daarop. De handdoek geeft dagenlang vocht af.
Wil je het zekerder spelen, dan doet een waterdruppelaar voor een paar euro per pot het werk. Een omgekeerde fles met een dop die langzaam doorlaat komt op hetzelfde neer.
Wat je vooral niet moet doen in de week voor vertrek: verpotten, bemesten of flink snoeien. Alle drie kosten de plant energie op het moment dat hij die het hardst nodig heeft.
Alleen kamerplanten? Binnen gelden andere regels
Heb je geen tuin, dan gaat een sproeiverbod compleet langs je heen. Maar een hete zomer merk je binnen wel degelijk, en op een manier die veel mensen onderschatten.
Achter glas wordt het heter dan buiten. Een vensterbank op het zuiden loopt op een zomerse dag makkelijk richting veertig graden, terwijl het buiten achtentwintig is. Voor de meeste kamerplanten is dat te veel. Schuif ze een halve meter de kamer in of hang een vitrage tussen; dat scheelt al gauw tien graden.
Airco en ventilator drogen de lucht uit. Ze verlagen de temperatuur, maar de luchtvochtigheid zakt mee. Tropische soorten met dun blad, zoals de calathea en de varen, krijgen daar bruine randen van. Zet ze niet in de luchtstroom.
Niet verpotten tijdens een hittegolf. Verpotten beschadigt altijd wat wortels, en die heeft de plant juist nu nodig om water op te nemen. Wacht tot het weer omslaat.
En de goede nieuws-kant: de soorten die het binnen het beste doen bij warmte zijn precies de soorten die toch al weinig water vragen. De ZZ-plant, de vrouwentong en de vetplanten hebben aan een hete zomer geen enkele boodschap.
En als het volgend jaar weer gebeurt
De kans daarop is niet klein. Wat je nu kunt doen is niet meer water zoeken, maar minder water nodig hebben. Een regenton van tweehonderd liter onder de regenpijp is na een flinke bui vaak al vol. Bedek je kale grond. En vervang bij de volgende aanplant de dorstigste plek in je tuin door soorten die er niet om malen.
Dan is de vraag volgende zomer niet meer of je nog mag sproeien, maar of het überhaupt nodig is.
Bekijk alle planten die weinig water nodig hebben →
Bronnen: Waterschap De Dommel over het onttrekkingsverbod, Waterschap Aa en Maas en Vitens over het drinkwaterverbruik in 2026 en Waterschap Rijn en IJssel over water oppompen uit beken en sloten.
Vond je dit artikel nuttig?
Je waardering telt mee voor iedereen.Lees verder

